Rosa
Hocus Pocus
 |
Hoe Rosa Hocus Pocus precies is ontstaan weet niemand, maar zeker is dat het om
een speling der natuur gaat. Of beter gezegd: om een goocheltruc. Kleur en tekening
van deze roos zijn uniek. Het komt niet vaak voor dat nieuwe rozen met een nooit
eerder vertoonde kleur of tekening worden geïntroduceerd. Veel rozen zijn immers
verbeteringen van het bestaande assortiment. Verbeteringen die vaak te vinden
zijn op het vlak van de houdbaarheid, kwaliteit of teelteigenschappen. Maar soms
leidt een spontane mutatie van een bekende roos - in dit geval de zeer bekende
kleinbloemige Frisco - tot een verrassing. De mutant is door een Nederlandse teler
gevonden. Een Nederlands selectiebedrijf heeft de vondst getest en doorgeselecteerd
en vervolgens via de vinder geïntroduceerd. |
Op het eerste
gezicht lijkt er niets aan de hand met Hocus Pocus. Pas bij het openbloeien worden
de gele spikkels en streepjes zichtbaar op de verder paarsbruine bloemblaadjes.
Alleen de cultivar Crazy Horse heeft een enigszins vergelijkbaar patroon. Hierbij
gaat het echter om een wit/rode kleurencombinatie. De houdbaarheid van Hocus Pocus
is prima: ongeveer 16 dagen.
Helemaal nieuw
is Hocus Pocus niet meer, want de bloem wordt al sinds april 1999 op de Nederlandse
bloemenveilingen verhandeld. In heel 2000 zijn er 350.000 stuks van verkocht tegen
een gemiddelde prijs van 1,44 gulden per steel. Voor een kleinbloemige roos wordt
gemiddeld 31 cent betaald. Meer aanplant moet ervoor zorgen dat Hocus Pocus dit
jaar voor een grotere groep kopers binnen bereik komt.
Rosa Hocus Pocus
(16579) wordt jaarrond op de Nederlandse bloemenveilingen verhandeld in bossen
van tien of twintig stuks, voorzien van een hoes met opdruk.
De Gelderse
Roos
 |
Begin zomer bloeit de Gelderse roos met sneeuwballen, althans de bloemen hebben
de kleur en vorm van een sneeuwbal. De Gelderse roos wordt daarom kortweg ook
wel sneeuwbal genoemd. Een aardige struik als solitair of om een los groeiende
haag mee te maken. De Gelderse roos (Viburnum opulus) is al heel lang in cultuur.
De bakermat van de struik ligt in het noorden van Azië en in grote delen van Europa.
In Nederland is deze struik inheems, andere soorten Viburnum weer niet. |
De groeiwijze
is opgaand tot drie meter hoog. De Gelderse roos is in ons land vooral te vinden
in het rivierengebied langs kreken of strangen. In gemengde bosbeplantingen op
vochtige grond is de struik goed te gebruiken in het gezelschap van andere struiken.
De Gelderse roos bloeit in mei - juni met witte bloemen in platte tuilen. De randbloemen
zijn steriel (onvruchtbaar), de overige bloemen fertiel (vruchtbaar). Na de bloei
komen er trosjes met hangende bessen, die lang aan de struik blijven zitten. De
gewone Gelderse roos groeit goed in de zon en matig in de halfschaduw.
De Gelderse roos
met sneeuwballen (sneeuwbal, balroos) is Viburnum opulus 'Roseum'. Soms wordt
de struik nog verkocht onder de naam Viburnum opulus 'Sterile'. De bloemen van
deze variëteit staan in compacte bolvorm met een doorsnede tot wel tien centimeter.
Alle bloemen hiervan zijn steriel. Er komen dus ook geen vruchten na de bloei.
Sneeuwbal is goed te gebruiken als solitair in een kleine tuin of als borderstruik
en om - op de achtergrond - een border met vaste planten te sieren. Plant de struik
op een voedzame, humusrijke grond, waarin water goed wordt vastgehouden.
Een sneeuwbal
wordt direct na de bloei gesnoeid. Bij volgroeide struiken wordt één op de vijf
van de oude stengels bij de basis af weggesnoeid. Zwak gegroeide scheuten worden
ook helemaal weggeknipt. De overblijvende scheuten niet snoeien of inkorten. Bij
verjongingssnoei worden alle stengels bij de basis af weggesnoeid. Uitlopers groeien
vanuit de basis en bloeien in het tweede jaar.
Gallicarozen
en enige Remontantrozen
Keizerin Joséphine had op Malmaison reeds 150 verschillende Gallica's, waarvan
enkele nog in cultuur zijn. Remontantrozen of hybrid perpetuals verschillen niet
sterk van de Bourbonrozen. Ze werden vanaf 1837 in cultuur gebracht in Frankrijk.
Damascener
en pimpinellifolia rozen
De kleine groep van Damascener rozen was bij de Romeinen reeds bekend. In West-Europa
werden ze populair na een herintroductie door de Kruisvaarders in de 12e en 13e
eeuw, al zijn er ook aanwijzingen dat deze rozen pas in de 16e of 17e eeuw zijn
ontstaan. Er zijn nu nog ongeveer twintig in cultuur. Hoewel Pimpinellifolia's
reeds ver voor 1800 voorkwamen steeg de populariteit aan het begin van de 19e
eeuw. In 1814 had Robert Austin reeds meer dan 100 "verschillende en onbeschreven
rassen".
Centifolia
rozen en mosrozen (Centifolia en Damascena)
Van de "roos met 100 bloembladen" werden in Nederland 200 verschillende geïntroduceerd
tussen 1580 en 1710, waarvan nog slechts enkele in cultuur zijn. William Paul
noemt in zijn boek "The Rose Garden" uit 1848 reeds 84 verschillende mosrozen;
In 1957 worden door G.S. Thomas nog slechts 36 verschillende genoemd.
Chinese
rozen, waaronder Remontantrozen
De eerste Chinese roos was reeds in 1733 in Nederland. Uit kruisingen met Chinese
rozen, vroeger Rosa indica genoemd, ontstonden de latere theehybriden. Remontant
rozen werden poulair rond 1820 en toen als een aparte groep erkend. De populariteit
van deze groep duurde tot de eerste wereldoorlog.
|