Vanda's
groeien steeds groter en groter
Er zijn grote
en kleine Vanda's. Ze zijn altijd monopodiaal en groeien als epifyt of lithofiet.
De bloemen zijn meestal zeer aantrekkelijk en dikwijls ook groot. De circa 80
soorten komen voor in tropisch Azië, namelijk India, de Himalaya, China, Nieuw-Guinea,
ook Australië en op de eilanden van Indonesië en de Philippijnen tot Taiwan.
De groei is monopodiaal.
Dat wil zeggen dat de stam altijd verder groeit en met de jaren langer wordt.
Een andere groeiwijze die heel veel bij orchideeën voorkomt, heet sympodiaal en
daarbij is er duidelijk een cyclus die steeds weer doorlopen wordt. Scheutvorming
- afrijping, vaak met bulbvorming - bloei - rust - en dan wordt weer opnieuw begonnen
met scheutvorming. Bij de Vanda's zijn er geen duidelijke seizoenen aan de plant
te herkennen. De plant lijkt altijd te kunnen groeien.
Vanda's hebben
geen bulben en geen duidelijke reserveorganen. Zoals ook de seizoenen niet in
het uiterlijk aanwezig zijn, zo wijst de afwezigheid van duidelijke reserves op
een klimatologisch niet te extreem wisselende groeiplaats. De meeste komen in
de tropen voor op plaatsen met een vrij constante hoge luchtvochtigheid en dezelfde
temperaturen. Wel met dagelijks flinke zonnestraling want Vanda's hebben veel
licht nodig. Vanda's hebben dikke witte wortels. De wortels hangen in lange slierten
naar beneden. Daar waar ze contact krijgen met de boom of struik hechten ze zich.
Na een fikse regenbui hebben de wortels zich helemaal volgezogen met water als
een opslagorgaan.
Vanda's zijn sterke
planten
Het blad van de
Vanda's is zeer stevig en het is in staat een zeer sterke zonnestraling te doorstaan.
Het blijft ook zeer lang aan de plant. Bij een groot deel van de Vanda's staan
de bladeren heel dicht boven elkaar langs de stam en overlappen ze elkaar sterk.
Het is de kunst deze planten zo gedrongen mogelijk te kweken en niet gerekter
of zelfs met zichtbare stukjes stengel tussen de bladeren. Andere Vanda-achtigen
zoals bijvoorbeeld Aranda's, hebben die gerekte vorm van nature.

Vanda |
De oksels van de in elkaar grijpende bladeren lijken plaatsen waar gemakkelijk
water kan blijven staan. Toch komt dat weinig voor. Achtergebleven water is wel
een risico in de top van de plant en in de oksels met jonge bloemtakken. De bloemen
komen niet uit de top zoals bij veel sympodiale orchideeën. Ze verschijnen op
verscheidene plaatsen tegelijk lager aan de stam tussen de bladeren en vormen
dikwijls hele takken met veel lang houdbare bloemen. |
Hoe beter de groei
is geweest na de laatste bloei, oftewel hoe meer stengeldelen en bladeren erbij
zijn gegroeid, des te rijker de volgende bloei kan worden. Noodzakelijke voorwaarden
voor succes tijdens de kweek zijn een hoge luchtvochtigheid, een flinke luchtbeweging,
veel licht (voor sommige soorten zelfs extreem veel licht), en een temperatuur
van gematigd tot warm. Voor de soorten uit de Himalaya is een koude tot gematigde
temperatuur vereist (V. coerulea, V.alpina, V.kimballiana, ea.)

Vanda |
Vanda's moet men zeer regelmatig water geven want in de tropen kan het wel elke
dag regenen. Men mag de groei nooit compleet stil laten vallen. Men moet dan ook
tijdens de winter de wortels blijven sproeien. Hierop aansluitend kunnen de planten
dan ook altijd voedsel opnemen. In de groeiperiode moet men de wortels zolang
onder dompelen totdat ze geheel gevuld zijn. Voeg ook steeds een beetje voeding
aan het water toe. |
Het kweken van
orchideeën vraagt geduld. Gelukkig zijn Vanda's oersterke planten en kennen ze
bijna geen ziekten en plagen dus heeft men nogal wat gelegenheid om te experimenteren.
Hieronder een
paar nuttige tips.
Gebruik geen te dicht potmengsel dat veel vocht kan vasthouden. Plant de stengel
ook niet te diep in de pot. Samen met een te nat mengsel volgt het wegrotten van
de stengel en de wortels.
Zorg er voor dat de temperatuur in de winter niet te laag is en dat de wortels
niet uitdrogen. Een vermoeide en uitgehongerde plant komt zeer slecht weer in
de groei.
Te veel zouten in het gietwater hebben tot gevolg dat de wortelpunten gaan verbranden
en dat de bladpunten zwart gaan worden.
De plant mag men alleen maar water geven aan de wortels. U kan best nooit water
gieten op de bladeren en zeker niet op de top van de plant want dit kan aanleiding
geven tot rotting.
Onvoldoende gegroeide bloemen die bovendien niet mooi van kleur zijn wijzen op
een tekort, zoals te weinig licht of te weinig warmte.
Bij een te droge kweek blijven de bladeren slap en gerimpeld en worden er onvoldoende
nieuwe wortels gevormd.
Wanneer men Vanda's
ongestoord zou laten groeien dan hechten ze zich overal aan vast en groeien er
nieuwe plantjes aan de stengel. Door deze wildgroei wordt de plant minder mooi.
De stengel is op het oude deel bladloos geworden en overal kronkelen er luchtwortels.
Door een topstek te maken en de keikis (jonge plantjes) eraf te nemen kan men
het geheel verjongen. Alle afgenomen delen moeten wel al enkele wortels hebben.
Als er aan de oude plant dan nog blad zit dan loopt dat stuk ook weer uit.
|