< >

 

Phalaenopsissen moet men goed verzorgen

Het groeiseizoen begint bij Phalaenopsissen in maart. Dit is goed te zien aan het verschijnen van nieuw blad of nieuwe wortels. De nachttemperatuur moet dan geleidelijk worden opgevoerd van 15 a 18 graden celcius tot 18 a 20 graden celcius. In november laat men de nachttemperatuur dan weer terug zakken tot 15 a 18 graden celcius. De temperatuur overdag is niet zo kritisch, maar een verschil van enkele graden met de nachttemperatuur wordt zeer op prijs gesteld. Temperaturen boven de 35 graden celcius moeten beslist worden vermeden om zware brandschade aan de bladeren te voorkomen.


Phalaenopsis
Veel licht is voor Phalaenopsissen minder schadelijk dan te hoge temperaturen. Dat blijkt wel uit de bladverliezende soorten die zich in de volle morgenzon prettig voelen. De overige soorten willen enigszins beschaduwd worden gekweekt. Een goede indicatie voor de juiste hoeveelheid licht is vaak de bladkleur. De onderkant mag gerust wat paars-rood verkleuren. Ph. cornu-cervi groeit op plaatsen met zware schaduw en houdt beslist niet van veel licht.

Gebruik altijd onthard water of regenwater. Het water mag bij voorkeur ook niet te koud zijn. De plant constant licht vochtig houden is het beste maar ook het moeilijkste. Het draait er in de praktijk nogal eens op uit dat de plant dan altijd nat blijft, vooral als hij nog in het turfmengsel staat dat professionele kwekers vaak gebruiken. Phalaenopsissen hebben een hekel aan constant natte wortels. Die gaan dan snel rotten. Het veiligste is dan ook de plant helemaal op te laten drogen voordat er weer water gegeven wordt.

Phalaenopsissen zijn snelle groeiers

Let er ook zorgvuldig op dat er vooral tijdens de nacht geen water in het hart van de plant of op de bladeren blijft staan. Phalaenopsissen zijn hier erg gevoelig voor en rotte plekken in de bladeren of het hart van de plant zijn op korte termijn funest voor de hele plant. Vóór de middag water geven en een goede ventilatie kunnen veel problemen voorkomen. De luchtvochtigheid moet altijd hoog zijn, als het kan boven de 70%. Het is wel zaak om voor een goede luchtbeweging te zorgen om problemen met rotte bladeren te voorkomen.

Als vuistregel geldt dat nooit meer mest gegeven moet worden dan de helft van de voor kamerplanten aanbevolen concentratie. Wie een geleidbaarheidsmeter heeft kan uitgaan van een oplossing met een geleidend vermogen van 250 Mikrosiemens/cm. Deze oplossing kan bij elke watergift, maar in elk geval 1 keer per week worden gegeven.


Phalaenopsis
Af en toe flink water geven zonder meststoffen voorkomt dat er zich overtollige mest in het potmateriaal ophoopt. In het begin van het groeiseizoen mest geven met veel stikstof, aan het eind mest met een hoge concentratie fosfor om de bloei te bevorderen. Als de plant niet meer bloeit en ook nog niet aan de groei is, geen mest geven.

Aan het potmateriaal worden geen bijzondere eisen gesteld, zolang het maar luchtig is. Aan opgesloten wortels heeft elke Phalaenopsis een hekel. Het potmateriaal hoeft niet speciaal vocht vast te houden als er dan maar vaak genoeg water wordt gegeven. Nieuw aangeschafte planten die in het turfmengsel van de beroepskweker staan moeten eigenlijk bij de eerste de beste gelegenheid opnieuw worden opgepot in het eigen favoriete mengsel.

Dit voorkomt onaangename verrassingen met het wortelgestel door stagnerend vocht onder in de pot. Opbinden op kurkschors of een andere wat ruwige schors is een uitstekend alternatief als een dagelijkse nevelbeurt gegarandeerd kan worden. De plant hecht zich dan heel snel aan het materiaal vast. Het voordeel van opbinden is dat u de toestand van de wortels heel precies kunt controleren en dat u haast nooit teveel water kunt geven. Bind de planten altijd op met de bladeren naar beneden gericht.