| |
Het
geslacht Phalaenopsis kent ruim 50 soorten
De eigenlijke
beschrijving van het geslacht Phalaenopsis, met herbariummateriaal, begon bij
Linnaeus in 1753. Hij kende slechts 1 soort, namelijk Phalaenopsis amabilis, door
hem overigens Epidendrum amabilis genoemd. Pas na bijna een eeuw werd in 1825
op de Filippijnen een tweede soort ontdekt. Dit was Phalaenopsis aphrodite, eerst
ook amabilis genoemd. Kort daarna werden ook Ph. cornu-cervi, Ph. sumatrana, en
Ph. rosea ontdekt. Op dit moment zijn er ruim 50 soorten beschreven. Daarnaast
zijn er ook nog sterk verwante geslachten als Doritis, Paraphalaenopsis en Kingiëlla.

Phalaenopsis |
Bij de naam Phalaenopsis denken de meeste mensen aan een soort die warm en beschaduwd
moet gekweekt worden en met Indonesië als het land van herkomst. Wie er wat meer
in thuis is, weet dat men ook de soorten van de Filippijnen beslist niet moet
uitvlakken. Daarmee houdt de kennis van een groot deel van de orchideeënhobbyisten
over Phalaenopsis wel op. Over verspreidingsgebied en groeiomstandigheden valt
echter nog heelwat meer te vertellen. Zoveel zelfs dat de titel, "een geslacht
van uitersten" echt niet overdreven is. |
Het verspreidingsgebied
van Phalaenopsis is veel groter dan alleen maar Indonesië en de Filippijnen. Ruwweg
tussen 30 graden Noorderbreedte en 15 graden Zuiderbreedte en van Bhutan, Assam
in India (de voet van de Himalaya), Oost Tibet, West China tot Noord Australië
en alles daartussenin kan men deze soort terugvinden.
Phalaenopsis groeit
in uiteenlopende klimaten
Phalaenopsissen
groeien op hoger gelegen gebieden (Ph. mannii in Assam), tot praktisch op het
strand (Ph. stuartiana op de Filippijnen). Hieruit alleen al blijkt dat er grote
verschillen zijn in de groeiomstandigheden. In Assam aan de voet van de Himalaya
zakt de temperatuur in de winter tot onder de 7 graden celcius en op de Filippijnen
op zeeniveau nooit onder de 18 graden celcius.
Voor de groeiplaatsen
kan nog een aantal andere verschillen worden aangegeven. In de noordelijke meest
typische moessongebieden groeien Phalaenopsissen vaak op kalksteenrotsen met een
laagje mos. Vóór de middag staan ze daar dan in de volle zon. Heel bijzonder aan
een aantal van deze soorten is dat ze in de droge tijd al het blad laten vallen.
Ze bloeien dan op de kale wortels. Dit geldt voor met name Ph. lobbii en Ph. parishii
uit India, Ph. lowii en Ph. wilsonii uit Oost Tibet en Ph. stobartiana uit Birma.

Phalaenopsis |
In alle overige gebieden groeien de Phalaenopsissen op boomtakken langs of boven
water, met daardoor een constant hoge luchtvochtigheid, of aan de weerkant tegen
de stammen van de bomen. In het laatste geval is de lucht ter plaatse dan meestal
zo verzadigd van water dat een kleine verlaging van de temperatuur zware condensvorming
of regen tot gevolg heeft. De wortels die tegen de kale stammen zitten, soms meters
lang, zuigen zich dan vol. |
Phalaenopsissen
groeien dus over het algemeen in warme gebieden. Uitzondering is de al genoemde
Ph. mannii. Ph. mariae van de Filippijnen groeit daar op ongeveer 700 m. hoogte
in wat gematigder omstandigheden. Dat geldt ook voor Ph. lueddemanniana die bij
hogere temperaturen veel adventiefplantjes aan de stengels maakt en bij wat lagere
meer bloemen.
Een en ander heeft
als gevolg dat wij Phalaenopsissen over het algemeen warm moeten kweken, bij minimum
nachttemperaturen van 18 graden celcius in de winter. Het kan ook wel wat lager,
zeker bij hybriden, maar dan zullen de groei en de bloei minder zijn. Bij nachttemperaturen
onder de 15 graden celcius wil het beslist niet meer. Voorwaarde voor het op lagere
temperaturen kweken is dat er ook wat droger wordt gekweekt.
|