Bloemstukken worden afgewerkt met bijmaterialen

Nadat men met het groen de basis van het bloemstuk gemaakt heeft, gaat men de bloemen verwerken. Eerst steekt men de grootste bloemen, en daarna vult men aan met de kleinere bloemen. Als laatste moet men het bloemstuk afwerken met de bijmaterialen. Onder bijmaterialen verstaat men alles wat geen groen en geen bloemen zijn.

Het aanbod aan bijmaterialen is werkelijk overweldigend. Er zijn duizenden soorten beschikbaar die uit alle uithoeken van de wereld komen. De meest exotische producten kunnen gebruikt worden om een bloemstuk op te vullen. Vooral delen van bepaalde tropische planten zijn dankbare objecten om te gebruiken.

Zo is er een zeer groot aanbod aan gedroogde palmbladeren te verkrijgen. Deze kan men kopen in verschillende afmetingen en verschillende kleuren. Ook de zaaddoos van de lotusbloem heeft een grote sierwaarde. In Aziatische landen worden de zaden gebruikt om op te eten wanneer deze nog groen zijn. De smaak is te vergelijken met deze van erwten.

De Strobus is een geslacht van den-achtigen dat wel 30 meter hoog kan worden. Ze hebben een uitzonderlijk rechte stam en de denneappels kunnen gebruikt worden als bijmateriaal. Deze soort komt vooral voor in het noord-oosten van de Verenigde Staten. Badam noten zijn van het geslacht Prunus en ze komen voornamelijk uit zuid-west Azie en Noord-afrika. De bomen dragen leder-achtige vruchten. De kern van deze vruchten is een eetbare witte noot, bij ons beter gekend als de Amandel. Het lederachtige omhulsel kan gebruikt worden in bloemstukken.

Bijmaterialen kan men in overvloed vinden

De Canella Alba is een boom met een witte schors die 3 tot 15 meter hoog kan worden. De vruchten van deze boom groeien aan weerszijde van de takjes waardoor men lange rijen met bolletjes krijgt. Deze kan men goed verwerken in moderne bloemstukken waarbij ze afhangend gebruikt kunnen worden. Ook Milo bessen groeien op dezelfde wijze als de vruchten van de Canella Alba. Ze komen uit Indie en Thailand en hebben felle kleuren zoals rood of oranje.

De zaaddoos van de papaver is waarschijnlijk het meest gebruikte bijmateriaal. Ze hebben een hoge temperatuur en een droge grond nodig om goed te groeien, maar er bestaan ook soorten die het met minder goede condities best aardig doen. Het zijn deze soorten die ook bij ons tot ontwikkeling kunnen komen. Men moet ze oogsten wanneer de zaaddoos lichtgroen van kleur is en ze daarna ondersteboven hangen op een donkere en droge plaats.

Als laatste vermelden we ook nog de Hydrangea. Ook deze plant doet het in onze streken uitstekend. Het is geen probleem om de bloemen mooi tot ontwikkeling te laten komen. Een Hydrangea heeft wel veel water nodig tijdens de bloei. Dus wel even opletten dat hij niet droog komt te staan. Om ze te kunnen gebruiken in een bloemstuk moeten we ze eerst 2 a 3 weken op een mengsel van glycerine en water zetten.

Gebruik hiervoor 2 delen glycerine en 1 deel water en doe dit in een emmer. 10 a 15 centimeter is genoeg. Snij nu de bloemen uit de struik en zorg er voor dat de stengel lang genoeg is (maximum 40 centimeter) zodat deze het mengsel kan opnemen. U zal na verloop van tijd merken dat de kleur een beetje veranderd maar dat de bloemen soepel blijven. Zorg er in elk geval voor dat u de bloemen gedurende deze periode op een donkere plaats zet. De invloed van teveel licht zal de kleur nadelig beinvloeden.

 

Bloemen
+ Gedroogde bloemen
+
Bloemstuk maken?
+
Bewaring bloemen
+
Behandeld groen
+
Bijmaterialen
+
Zelf drogen?

+ Betekenis bloemen
+ Mystieke bloemen
+ Perfect cadeau

 
Cadeau kopen?
+ Bekijk het aanbod

+ Over Rozen
+ Over Orchideeen

+ Parfum als cadeau
+ Wijn als cadeau

Gesponsorde koppelingen
 

 

+ Nuttige links
+ Nieuws